De aanzegplicht

Wat houdt de aanzegplicht ook al weer in? De aanzegplicht is ingevoerd op 1 januari 2015, sinds de invoering van de WWZ. Deze verplichting moet ervoor zorgen dat werknemer met een tijdelijk contract op tijd weten waar ze aan toe zijn. Het is voor een werkgever verplicht om de werknemer, ten minste één maand voor het einde van het bepaalde tijdscontract, te laten weten of het contract wordt voortgezet of dat ze een andere baan moeten gaan zoeken na het verstrijken van de termijn van het arbeidscontract. De werkgever moet dit schriftelijk laten weten en hij moet eveneens laten weten welke arbeidsvoorwaarden gelden voor het contract verlengd. Als de werkgever dit in het geheel niet doet, kan de werknemer aanspraak maken op één maandsalaris.

In het geval dat de werkgever te laat aanzegt, kan de werknemer aanspraak maken op salarisbetaling naar rato van het aantal dagen dat de werkgever te laat is. De werknemer moet hier wel zelf aanspraak op maken. De werknemer heeft hiervoor slechts beperkt de tijd. De werknemer moet de aanzegvergoeding claimen binnen drie maanden nadat de aanzegging plaats had moeten vinden.

 

De ontvangsttheorie

Ook een opfrisser wat betreft de ontvangsttheorie. Deze is opgenomen in artikel 3:37 lid 3 BW. Deze theorie houdt in dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring die persoon moet hebben bereikt om haar werking te hebben.

 

Is deze ontvangsttheorie ook van toepassing op de aanzegplicht?

Wat nu als de werkgever de aanzegbrief middels gewone post heeft gestuurd, maar de werknemer wegens vakantie pas binnen de termijn van één maand, en dus te laat, van de boodschap kennis heeft kunnen nemen? Over deze vraag heeft de rechtbank Rotterdam zich eind vorig jaar gebogen.

Werknemer had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd welke van rechtswege eindigde per 10 september 2015. Werknemer had, na verkregen verlof, vakantie van 24 juli 2015 tot 24 augustus 2015. De werkgever had per brief d.d. 30 juli 2015 aangegeven dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet en dat deze van rechtswege eindigt.

De crux van deze zaak: de werkgever heeft naar zijn idee voldaan aan de aanzegplicht, omdat hij ruim een maand voor het einde van het dienstverband van zijn werknemer de brief verzonden is. Daarnaast meent de werknemer dat hij pas eind augustus de brief gelezen heeft, waardoor de termijn van een maand overschreden is. Wat vond de rechtbank?

Op grond van artikel 3:37 lid 3 BW geldt dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring, zoals hier de brief d.d. 30 juli 2015, om werking te hebben, die persoon in eerste instantie moet hebben bereikt. Niet in geschil is dat de brief ieder geval voor 10 augustus 2015 op het woonadres van de werknemer is bezorgd. Daarmee heeft de werkgever aan haar aanzegverplichting voldaan. Daaraan doet niet af dat de werknemer wegens vakantie pas op 24 augustus 2015 van de inhoud van de brief kennis heeft kunnen nemen. Tevens werd de werknemer verweten dat hij zijn post tijdens zijn vakantie niet heeft laten waarnemen. Dit vormt immers een omstandigheid die voor rekening en risico van de werknemer komt. Overigens had de werknemer de werkgever ook niet verzocht hem in de vakantieperiode op een ander postadres te berichten omtrent het al dan niet verlengen van de arbeidsovereenkomst.

Wat vind jij? Is de ontvangsttheorie ook van toepassing op de aanzegplicht of vind jij dat de rechtbank juist heeft geoordeeld? Laat het me vooral weten!

 

Voor vragen over dit onderwerp, neem gerust contact op of laat hieronder een reactie achter.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *