billijke vergoeding

Een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan door zowel de werkgever als de werknemer worden ingediend. Artikel 7:671c lid 1 BW noemt voor een dergelijk verzoek van de werknemer het volgende:

De kantonrechter kan op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst ontbinden wegens omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

Indien een werknemer de overeenkomst opzegt, is vaak een transitievergoeding of billijke vergoeding niet meer aan de orde. In het geval dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en de werknemer daardoor de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, zal een dergelijke vergoeding kunnen worden toegekend.

 

Arbeidsongeschikt wegens werkgerelateerde problemen

In de volgende situatie was sprake van een verzoek van de werknemer om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Een werknemer, die al sinds 1999 in vaste dienst was, is in 2014 arbeidsongeschikt geworden. De bedrijfsarts heeft geconcludeerd dat zijn arbeidsongeschiktheid deels te maken had met medische beperkingen en deels met werkgerelateerde problematiek.

Deze werkgerelateerde problematiek diende volgens de bedrijfsarts te worden uitgepraat, maar op dit verzoek heeft de werkgever nimmer gereageerd. Hierdoor heeft het re-integratietraject van de werknemer ook geen start kunnen maken. Vervolgens heeft de bedrijfsarts teruggekoppeld dat er naar zijn oordeel niet langer sprake is van ziekte of gebrek, maar van een arbeidsconflict. In zijn terugkoppeling adviseert de bedrijfsarts dringend om op de kortst mogelijke termijn te zoeken naar een structurele oplossing voor het arbeidsconflict.

De werkgever heeft bij arbeidsongeschiktheid de verplichting om de werknemer, in ieder geval voor de duur van twee jaren loon door te betalen (dit ligt overigens genuanceerder, maar dat laat ik in dit artikel buiten beschouwing). Vanaf 2016 heeft de werkgever, ook na een veroordeling, het loon waar de werknemer recht op had niet uitbetaald.

De werknemer verzoekt in deze kwestie om de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden op grond van artikel 7:671c BW. Daarnaast vordert zij een billijke vergoeding van € 50.000,-.

De werkgever heeft genoemd dat zij door financiële problemen niet in staat was en is het loon te betalen en dat de oorzaak van haar niet reageren aan haar gezonden correspondentie van de bedrijfsarts zeer wel gelegen kan zijn in het feit dat (de directie van) de werkgever zich vooral heeft gericht en richt op het terugdringen van haar schulden.

 

Billijke vergoeding bij verzoek tot ontbinding werknemer

De wetgever heeft in de wet een mogelijkheid opgenomen om alsnog een billijke vergoeding toegekend te krijgen, indien de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten. In deze kwestie verzoekt de werknemer hierom. In artikel 7:671c BW is daarvoor in lid 2 het volgende opgenomen:

Indien het verzoek een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of bepaalde tijd betreft die tussentijds kan worden opgezegd, en de kantonrechter het verzoek inwilligt:
a. bepaalt hij op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst eindigt; en
b. kan hij aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. 

Onder ‘het verzoek’ wordt verstaan het verzoek om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan, zoals genoemd in lid 1.

 

Oordeel kantonrechter

Dat in dit geval sprake is van een arbeidsconflict lijkt naar mijn idee vast te staan. Het interessante van deze uitspraak vind ik het oordeel van de kantonrechter over de billijke vergoeding. In een heel enkel geval wil het voorkomen dat de de kantonrechter dit verzoek toekent, zoals ook te lezen is in mijn vorige blog.

In dit geval beoordeelt de kantonrechter het verzoek om een billijke vergoeding toe te kennen als volgt. Dergelijk handelen en nalaten van de werkgever, dat niet te rechtvaardigen valt met de door haar gestelde – maar met niets onderbouwde – slechte financiële positie, is zonder meer aan te merken als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever als bedoeld in artikel 7:671c lid 2 sub b BW. Dit levert ook grond op voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:671c lid 1 BW.

De kantonrechter ziet hierdoor aanleiding om de werknemer op de voet van artikel 7:671c lid 2 sub b BW een billijke vergoeding van € 50.000,- toe te kennen.

 

Conclusie

Bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding rekent de kantonrechter het zwaar aan dat de werkgever aan de werknemer, die thans achttien jaar in dienst is en die voor zijn levensonderhoud aangewezen was op de inkomsten uit die dienstbetrekking, in een periode van volledige arbeidsongeschiktheid langdurig en ook nog zonder opgaaf van reden zijn loon niet heeft betaald.

Het gegeven dat in een enkel geval een dergelijke billijke vergoeding wordt toegekend, laat de kantonrechter in deze uitspraak niet zien. Het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten is in deze kwestie erg eenvoudig door de kantonrechter aangenomen. Het is voor een werknemer vaak lastig aan te tonen dan wel te bewijzen dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, maar in dit geval gaat de kantonrechter erg eenvoudig hierin mee. Wellicht is dit gelegen in het feit dat de werkgever geen gehoor heeft gegeven aan een eerdere uitspraak om het loon te betalen en het niet – heel sterke – juridische verweer.

Voor vragen en/of opmerkingen over het ontbinden van de arbeidsovereenkomst of andere onderwerpen, neem gerust contact met mij op.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *