contractverlenging

De wet kent zogenoemde opzegverboden die ervoor zorgen dat een werknemer in sommige situaties meer ontslagbescherming krijgt. Geldt een dergelijk opzegverbod en zegt de werkgever toch het contract op, dan kan de werknemer dit ongedaan maken. In sommige gevallen vindt dan alsnog contractverlenging plaats. Zie voor een nadere toelichting mijn vorige artikel, alsook artikel 7:670 BW waarin deze opzegverboden zijn opgenomen.
Naast deze opzegverboden, kan een werkgever ook inbreuk maken op een grondrecht. In de volgende kwestie wordt de werkgever het verwijt gemaakt inbreuk te hebben gemaakt op het recht op gelijke behandeling.

 

Gelijke behandeling

In deze kwestie is een werkneemster op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd per 1 oktober 2015 voor een periode van zeven maanden in dienst getreden bij de werkgever. De arbeidsovereenkomst is voor eenzelfde periode verlengd. Op 30 november 2016 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen geëindigd. Ten tijde van beëindiging van het contract was de werkneemster zwanger. De werkneemster was van mening dat contractverlenging had plaatsgevonden indien zij niet zwanger was, zodat sprake is van onrechtmatig handelen aan de kant van werkgever.

De werkgever heeft daarmee inbreuk gemaakt op het recht op gelijke behandeling dat is neergelegd in de Grondwet. De aantasting van een zo fundamenteel recht moet volgens de werkneemster als een aantasting in de persoon die de erkenning verdient worden aangemerkt. Volgens de werkneemster maakt dat de werkgever schadeplichtig.

De werkneemster baseert haar stelling op het gesprek dat op 1 september 2016 heeft plaatsgevonden tussen haar en de werkgever. Hiervan heeft de werkneemster een opname gemaakt, zonder de werkgever hiervan in kennis te stellen. Uit het gesprek blijkt volgens de werkneemster dat de zwangerschap de reden was om het dienstverband niet te verlengen. Werkneemster stelt dat in het geval zij niet zwanger zou zijn geweest de arbeidsovereenkomst was omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

 

Functioneren werkneemster

Werkgever is van mening dat de zwangerschap absoluut geen aanleiding was om de arbeidsovereenkomst niet te verlengen, maar dat het functioneren van de werkneemster hiervoor reden was. Dit besluit was volgens de werkgever al genomen voordat de zwangerschap bekend werd gemaakt.

De geluidsopname van het gesprek dat op 1 september 2016 heeft plaatsgevonden, wordt door de werkgever niet betwist. De kantonrechter gaat daarom uit van hetgeen op die bewuste dag is besproken. De uitspraak van de kantonrechter bevat een volledige weergave van het gesprek tussen partijen. Ben je benieuwd wat zich hier heeft afgespeeld? Hier vind je de uitspraak.

 

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter stelt vast dat de werkgever zich in dat gesprek op het standpunt had kunnen stellen dat hij zich eerst wilde informeren omtrent de mogelijkheden van de verlenging van het dienstverband, voordat daarover het gesprek werd aangegaan. Dit is echter niet gebeurd.

De werkgever stelt verder dat het onbetamelijk is om onaangekondigd een gesprek op te nemen. De kantonrechter is van oordeel dat hij aan de verweren van de werkgever voorbij moet gaan. Daarbij wordt genoemd dat in het gesprek van 1 september 2016 de mogelijkheden zijn besproken om een half jaar na einde dienstverband opnieuw in dienst te komen. Dit is in tegenspraak met het beëindigen van het dienstverband wegens disfunctioneren van de werkneemster.

Nu de kantonrechter moet vaststellen dat de zwangerschap de belangrijkste reden was om niet tot verlenging van de arbeidsovereenkomst over te gaan, staat vast dat de werkgever daarmee onrechtmatig handelde en daarom schadeplichtig is.

 

Wat is dan de schade?

Dat geen contractverlenging heeft plaatsgevonden, zorgt voor schade aan de kant van de werkneemster. Ze vordert dan ook materiële en immateriële schade, met name omdat haar hierdoor geen contract voor onbepaalde tijd is aangegaan. Het bepalen van de schade is wellicht een technisch verhaal.

De stelling van werkneemster dat een contract voor onbepaalde tijd niet is aangegaan, wordt door de kantonrechter niet gevolgd. Volgens de kantonrechter wordt deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd en is dit slechts gebaseerd op een aanname van de werkneemster. Gelet op hetgeen tijdens het gesprek van 1 september 2016 is besproken, was het niet verlengen met name vanwege de financiële positie van werkgever. Het zo lang mogelijk gebruik maken van de mogelijkheid van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is dan de meest aannemelijke lijn die de werkgever voor ogen moet hebben gehad.

Voor het bepalen van de schade wordt daarom uitgegaan dat de arbeidsovereenkomst nog eenmaal werd verlengd voor de maximaal wettelijk toelaatbare periode. In dat geval zou de arbeidsovereenkomst per 30 september 2017 zijn geëindigd. De kantonrechter acht gedaagde partij daarom schadeplichtig voor de periode tot 1 oktober 2017 voor het verschil tussen hetgeen eisende partij aan uitkering heeft verworven en hetgeen zou zijn uitbetaald aan salaris bij verlenging van het dienstverband.
NB. Omdat het verschil tussen de genoten uitkering en het eventueel verdiende maandsalaris zo klein is – te weten € 0,33 – wordt niet van inkomensschade gesproken. Daarmee kan de kantonrechter niet vast stellen dat er sprake is van inkomensschade zodat de vordering ter zake de inkomensschade wordt afgewezen.

Immateriële schade wordt wel toegekend, te weten een bedrag van € 1.000,-.

 

Kortom, de werkgever heeft inbreuk gemaakt op het grondrecht door geen contractverlenging aan te bieden aan een zwangere werkneemster. Hiervoor is de werkgever schadeplichtig.

Heb je vragen over dit onderwerp, neem gerust contact met me op.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *