Sinds de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans per 1 januari 2020 is de transitievergoeding ietwat op de schop gegaan. Een werknemer heeft hier kort gezegd recht op, als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd op initiatief van de werkgever. Hiervoor hoef je als werknemer niet eerst twee jaar in dienst te zijn bij deze werkgever, maar heb je hier vanaf dag 1 al recht op.

Als werkgever mag je in een aantal gevallen gemaakte kosten in mindering brengen op de transitievergoeding. Denk bijvoorbeeld aan studiekosten. Maar welke gevallen zijn dat? En aan welke voorwaarden moet voldaan worden?

De wet uitgelegd

In de wet is – heel algemeen – bepaald dat de werkgever een aantal kosten in mindering mag brengen op de te betalen transitievergoeding. Het moet gaan om kosten die én tijdens de arbeidsovereenkomst zijn gemaakt én die verband houden met het ‘bevorderen van de bredere inzetbaarheid van de werknemer’. Een ruim begrip.

De voorwaarden voor het in mindering brengen van kosten zijn nader uitgelegd in het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding. Deze inzetbaarheidskosten mogen verrekend worden indien onder meer:

  • de kosten zijn gemaakt nadat deze kosten zijn gespecificeerd en schriftelijk zijn medegedeeld aan de werknemer;
  • de kosten zijn gemaakt nadat de werknemer schriftelijk heeft ingestemd met het verrekenen van deze kosten;
  • de werkgever deze kosten heeft gemaakt ten behoeve van deze werknemer;
  • de kosten in redelijke verhouding staan tot het doel waarvoor deze kosten zijn gemaakt. Bij inzetbaarheidskosten is dit het geval indien de inzetbaarheid van de werknemer binnen dan wel buiten de organisatie van de werkgever is bevorderd.

Maar let op! Op het moment dat de verworven kennis en vaardigheden van de werknemer in overwegende mate zijn gebruikt voor de functie van de werknemer, dan mogen deze inzetbaarheidskosten niet verrekend worden.

Afspraken maken

In de praktijk kan veelal discussie ontstaan over de gemaakte afspraken tussen de werkgever en de werknemer. Hierover heeft de rechtbank Den Haag recent uitspraak gedaan.

De betreffende werknemer is sinds 1 juni 2018 bij de werkgever in dienst voor bepaalde tijd. Hij is werkzaam als chauffeur. De arbeidsovereenkomst wordt op initiatief van de werkgever niet verlengd na 31 mei 2020. Dit komt omdat de werkgever wegens de Corona-epidemie te weinig werk voor hem heeft. Vast staat dat de werkgever een transitievergoeding verschuldigd is. Echter, de werkgever is van mening dat deze transitievergoeding reeds betaald is, omdat de werknemer kosten gemaakt heeft voor het behalen van zijn C-rijbewijs.

De werkgever en werknemer hebben namelijk een studieovereenkomst gesloten. Hierin is opgenomen dat de werknemer na 1 januari 2020 op kosten van de werkgever zijn C-rijbewijs mag behalen (kosten ruim € 2.700,-). Na het behalen van dit rijbewijs wordt de arbeidsovereenkomst verlengd met drie jaar. Indien het contract binnen drie jaar wordt beëindigd door de werknemer, of door de werkgever wegens een dringende reden, dan moeten de gemaakte kosten worden terugbetaald.

De opleiding tot vrachtwagenchauffeur heeft als gevolg van Corona vertraging opgelopen, maar de werknemer heeft het daarvoor af te leggen examen op 25 mei 2020 toch met succes afgelegd. Het rijbewijs zelf is hem in juni 2020 verstrekt.

Wat vindt de kantonrechter?

De werkgever heeft vanwege de Corona epidemie helaas niet voldoende werk meer. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst van deze werknemer na 31 mei 2020 niet verlengd. Het initiatief tot beëindigen ligt bij de werkgever. Dat daarmee de transitievergoeding verschuldigd is, dat staat niet ter discussie.

Wat wél ter discussie staat is of de werkgever deze vergoeding heeft mogen verrekenen met de kosten voor de opleiding voor het C-rijbewijs. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever daartoe niet bevoegd is. Het is voldoende aannemelijk dat de werknemer zijn C-rijbewijs heeft behaald vóórdat de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

Daarnaast was de afspraak gemaakt dat de werknemer, vanaf het moment dat hij zijn opleiding zou hebben voltooid, voor een periode van drie jaar bij de werkgever in dienst zou blijven. Deze afspraak is vanwege achterblijven van werk niet nagekomen. Feiten en omstandigheden die tot de conclusie kunnen leiden dat de werknemer die afspraak, indien de werkgever voldoende werk had en dus een verlenging had aangeboden, niet zou zijn nagekomen, zijn niet gebleken.

Kortom, de kosten die gemaakt zijn voor het C-rijbewijs van deze werknemer mogen niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. Belangrijke les die hieruit volgt: de afspraken die je maakt in de studieovereenkomst van groot belang kunnen zijn! Heb jij hier rekening mee gehouden bij het opstellen en tekenen van de studieovereenkomst?