thuiswerken corona

Om de verspreiding van het coronavirus zoveel als mogelijk te vertragen, heeft de overheid aan iedereen een oproep gedaan om zoveel mogelijk thuis te werken. Hierbij is van belang dat de werkgever het thuiswerken waar mogelijk moet faciliteren. Aan deze oproep wordt veelvuldig gehoor gegeven. Werknemers werken massaal thuis.

Ondanks dat veel werknemers hun werkzaamheden thuis kunnen voortzetten, verlangen werkgevers steeds meer dat hun werknemers regelmatig weer op kantoor (in ieder geval niet meer vanuit huis) verschijnen. Doordat maatregelen genomen worden om het werken op kantoor ‘coronaproof’ te laten plaatsvinden, is het thuiswerken niet meer vanzelfsprekend.

Verzoek om naar kantoor te komen

Zo ook in de volgende uitspraak, waarbij de rechtbank heeft geoordeeld over het ‘recht op thuiswerken’. In deze kwestie gaat het om een werknemer die als commercieel medewerkster bij een keukenbedrijf werkzaam is. Zij werkt sinds 15 maart 2020 thuis.

De directie heeft de werknemers van dit keukenbedrijf verzocht om op 14 april 2020 de werkzaamheden op kantoor te hervatten. De betreffende werknemer heeft – nadat zij de ochtend op kantoor is geweest – toestemming gevraagd om alsnog thuis te mogen werken. Naar haar idee nemen niet alle collega’s anderhalve meter afstand en is de veiligheid niet gegarandeerd.

De werkgever verleent deels toestemming, onder voorbehoud dat de werknemer wel naar kantoor moet komen als dat noodzakelijk is.

Op 11 mei wordt van iedereen verwacht dat zij op kantoor werkzaam zijn. De werkgever heeft in een e-mail laten weten welke maatregelen genomen zijn, waardoor op kantoor veilig gewerkt kan worden.

Nadat de werkgever en werknemer diverse mails hieraan gewijd hebben, worden zij het niet eens over haar werkplek. Kort gezegd is de werknemer van mening dat zij in ieder geval tot september 2020 thuis mag werken. De werkgever vindt dat zij als werknemer de redelijke opdrachten, zoals het verschijnen op de werkplek, dient op te volgen.

Goed werkgeverschap?

De werknemer vindt dat de werkgever haar verzoek om thuis te werken tot september 2020 dient te accepteren. Doet zij dat niet, dan is naar het idee van de werknemer geen sprake van goed werkgeverschap.

Het keukenbedrijf heeft gemotiveerd en onderbouwd naar voren gebracht dat zij in verband met de coronacrisis meerdere maatregelen heeft genomen om een veilige werkplek te waarborgen.

Dat de werknemer op 14 april 2020 zou hebben ervaren dat maatregelen niet worden nageleefd, leidt naar het oordeel van de rechter niet tot de conclusie dat de corona-maatregelen stelselmatig worden overtreden op de werkvloer. Dit lijkt eerder een incident te zijn geweest in de net opstartende fase van het weer op kantoor komen werken.

De werkgever benadrukt dat het in deze economisch spannende tijd van belang is dat haar werknemers aanwezig zijn op de werkplek. Er moeten pakketten worden aangenomen en bestellingen moeten verwerkt en vervolgens verzonden worden. Korte lijnen zijn van groot belang.

Geen recht op thuiswerken

Ondanks dat de werkgever in eerste instantie (deels en beperkt) toestemming heeft gegeven voor het thuiswerken, kan de werknemer hier geen geslaagd beroep op doen. Dit kan naar het oordeel van de rechter niet worden gezien als een overeenkomst die als grond kan dienen voor een onvoorwaardelijke arbeidsplaatswijziging. Evenmin een die zou duren tot 1 september 2020.

De kantonrechter oordeelt dat het zeer algemeen geformuleerde overheidsadvies over zoveel mogelijk thuiswerken niet zo ver ingrijpt op deze specifieke rechtsverhouding dat de werknemer daaruit een ‘recht op thuiswerken’ kan putten. De werknemer wordt in het ongelijk gesteld.

Kortom, thuiswerken mag, maar indien de werkgever gemotiveerd verlangt dat de werknemer weer op kantoor komt werken (en redelijke maatregelen getroffen heeft), dan dient een werknemer zich hieraan te houden.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *