transitievergoeding

Met de invoering van de WWZ is de transitievergoeding in de wet opgenomen. Deze vergoeding houdt in, zo ook te lezen is in mijn vorige blog, dat een werkgever in een aantal gevallen verplicht is een vergoeding te betalen aan een werknemer, indien hij ontslagen wordt. De transitievergoeding geldt alleen bij ontslag via UWV, kantonrechter of bij een aflopend jaarcontract na minimaal twee jaar dienstverband. Echter, ontslag hoeft niet via UWV of kantonrechter te lopen.

Ontslag kan ook onderling geregeld worden, met wederzijds goedvinden. Werkgever en werknemer komen het ontslag onderling overeen onder bepaalde afspraken. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, waar vaak ook een vergoeding wordt afgesproken.

Met de invoering van de transitievergoeding is het de bedoeling dat een werknemer van te voren weet hoeveel ze zullen krijgen bij beëindiging van hun arbeidsovereenkomst, waardoor het volgens de wetgever minder aantrekkelijk is om over de hoogte ervan te procederen. Daarnaast proberen werkgever en werknemer er in de meeste gevallen in overleg uit te komen en het lijkt erop dat daarbij meestal een hogere vergoeding wordt betaald dan de wettelijke transitievergoeding.

 

Uitspraak kantonrechter

Na een recente uitspraak van de kantonrechter te Rotterdam is er mogelijk een manier om bij een korter dienstverband alsnog een vergoeding te krijgen. Dit keer geen transitievergoeding of billijke vergoeding, maar een schadevergoeding. Toen de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer ontbond, was de werknemer nog geen twee maanden in dienst. Hij zou dus géén recht op een transitievergoeding hebben gehad (omdat daarbij vereist is dat een dienstverband minstens 24 maanden moet hebben geduurd). Eventueel wel op een billijke vergoeding, maar aan toekenning daarvan worden extreem hoge eisen gesteld (het zogenoemde muizengaatje waarover ik het in mijn vorige blog kort heb gehad).

Hiermee heeft deze werknemer rekening gehouden. Bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst kreeg hij namelijk ruim anderhalf jaarsalaris mee als vergoeding. Hoe is dit mogelijk? Indien de werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst had verzocht bij de kantonrechter (artikel 7:671c van het Burgerlijk Wetboek), was deze vergoeding niet zo hoog uitgevallen. Maar de werknemer heeft in plaats daarvan zijn verzoek gegrond op een zogenoemde toerekenbare tekortkoming, ook wel wanprestatie (artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek). Dit is het algemene leerstuk van het onjuist nakomen van een overeenkomst. Wie een contract niet naleeft en daarmee de andere partij schade berokkent, dient deze schade te vergoeden. Aan het toekennen van schadevergoeding, die het leerstuk van wanprestatie kent, zit geen grens zoals bij de transitievergoeding.

Omdat de Rotterdamse kantonrechter oordeelde dat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet heeft nageleefd, en dat dit aan de werkgever toerekenbaar was, diende de werkgever deze schade te vergoeden.

Naar mijn idee is dit een mogelijke manier om de tweejaarlijkse grens, en daarmee de hoogte van de transitievergoeding te omzeilen. Via een billijke vergoeding is het niet waarschijnlijk dat de werknemer ook deze hoge vergoeding had gekregen, omdat hier verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever vereist is. Deze vergoeding wordt dan ook bijna niet toegekend. Mocht de rechtspraak de mogelijkheid tot het verkrijgen van een billijke vergoeding nauwelijks toekennen, dan is het zeker denkbaar dat meer werknemers deze route zullen proberen.

 

Voor vragen over dit onderwerp, neem gerust contact op of laat hieronder een reactie achter.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *