ontslag op staande voet

In de loop der jaren zijn de verhoudingen tussen twee directeuren van een maatschap verslechterd. Zij besluiten na een lange tijd hun samenwerking te beëindigen en uit elkaar te gaan in het najaar van 2015. Een secretaresse met een arbeidsverleden van twintig jaar bij het kantoor sluit een vaststellingsovereenkomst om per eind december 2015 ook haar dienstverband te beëindigen.

Vlak voor haar laatste werkdag wordt ze op staande voet ontslagen. De reden voor dit ontslag is onderzoek van de ene directeur in de mailbox van de andere directeur. Hieruit blijkt dat de secretaresse diverse boekingen heeft gedaan op eigen initiatief, en niet – zoals ze zelf aangaf – enkel op initiatief van de directeur. Deze boekingen zijn op verkeerde grootboekposten geplaatst, zodat privé-uitgaven als zakelijke kosten in de boekhouding verwerkt werden. Op basis hiervan heeft de maatschap aan de secretaresse medegedeeld dat zij voor het einde van haar dienstverband op staande voet zou worden ontslagen. De vaststellingsovereenkomst die was gesloten zou daarmee teniet worden gedaan.

Is dit mogelijk? Kan een werknemer op staande voet worden ontslagen, een paar dagen voor het einde van het officiële dienstverband? Over deze vraag heeft de kantonrechter zich uitgelaten.

 

Dringende redenen

De secretaresse is namelijk van mening dat het ontslag geen dringende reden omvat, waardoor ontslag op staande voet niet mogelijk is (zie mijn vorige blog). Daarnaast is zij van mening dat zij altijd in opdracht van de directeur heeft gehandeld. Op instructie van de directeur heeft zij privé-uitgaven als zakelijke kosten geboekt.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling hiervan voorop dat het ontslag op staande voet een uiterst middel is en dat het slechts mag worden gegeven als van de werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een dergelijke dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen. De kantonrechter gelooft daarnaast niet dat het onderzoek in de mailbox van de directeur de werkelijke reden is van het ontslag. Uit de brief van de accountant blijkt dat de directeur al in november 2015, en dus ruim voor het ontslag op staande voet, op de hoogte was van de wijze van inboeken van de privé-uitgaven. Ook is volgens de kantonrechter voldoende duidelijk dat secretaresse handelde in opdracht van de vertrokken directeur, en niet zelfstandig of op eigen initiatief.

Op basis hiervan is het ontslag op staande voet ten onrechte gegeven. De secretaresse krijgt een flinke vergoeding mee, te weten achterstallig salaris, vergoeding wegens onrechtmatig opzeggen van de arbeidsovereenkomst, een flinke transitievergoeding vanwege haar jarenlange dienstverband en daarnaast ook een billijke vergoeding. Deze billijke vergoeding wordt in een enkel geval maar toegewezen, het zogenoemde muizengaatje. De kantonrechter oordeelt hierover als volgt:

Uit artikel 7:681 lid 1 sub a BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van een werknemer een billijke vergoeding kan toekennen indien de werkgever heeft opgezegd in strijd met het bepaalde in artikel 7:671 BW. Gelet op de wetsgeschiedenis is (ook) in het kader van artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW voor toekenning van een billijke vergoeding ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever vereist, maar is in een geval als bedoeld in dat artikel reeds invulling gegeven aan de ernstige verwijtbaarheid, als de werkgever de voor een rechtsgeldig ontslag geldende voorschriften niet heeft nageleefd en in strijd met artikel 7:671 heeft opgezegd. Een ontslag op staande voet dat niet rechtsgeldig wordt geacht, is dus als zodanig al ernstig verwijtbaar, omdat dan is opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW.

 

De kantonrechter heeft mijns inziens juist geoordeeld over het feit dat een ontslag op staande voet in deze casus niet aan de orde is, omdat de dringende reden om tot ontslag over te gaan ontbrak. Daarnaast is de vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin overeen is gekomen dat het dienstverband kort daarna eindigde. De billijke vergoeding wordt vaak als muizengaatje gezien, waardoor het mij enigszins verbaast dat de secretaresse deze vergoeding toegekend krijgt. Een geluk bij een ongeluk.

 

Voor vragen over dit onderwerp, neem gerust contact op of laat hieronder een reactie achter.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *