informatieplicht

Het blijft telkens een punt van discussie: de informatieplicht van artsen. Wat behoorden de artsen te vertellen aan patiënten en tot hoever reikt deze plicht? De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft deze maand een uitspraak gedaan over de informatieplicht van artsen.

 

Wat vooraf ging…

De rechtbank dient een oordeel te geven over het verzoek van de patiënt P, om het ziekenhuis Z dan wel de behandelend arts A aansprakelijk te stellen voor de geleden schade. Tussen partijen speelt namelijk het volgende.

In 1974 heeft P voor de eerste maal een operatie aan zijn prostaat (de zogenoemde TUR-P-operatie) ondergaan. Na deze operatie is hij drie weken opgenomen in het ziekenhuis wegens een infectie.
Op 20 februari 2014 heeft P voor de tweede maal de TUR-P-operatie ondergaan, die is uitgevoerd door arts A van ziekenhuis Z. Op 8 april 2014 heeft P geklaagd bij A over het verlies van zijn uitwendige ejaculatie.

Omdat aan zijn klachten geen tot weinig gehoor werd gegeven, heeft P in juni 2014 een klacht ingediend over A bij het tuchtcollege. Het tuchtcollege heeft vervolgens geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat A heeft voldaan aan de op hem rustende informatieplicht jegens P over de mogelijkheid van het ontstaan van deze klachten (retrograde ejaculatie). Het tuchtcollege heeft arts A een waarschuwing opgelegd. Hij is tegen deze uitspraak niet in beroep gegaan.

 

De kwestie

P heeft na de TUR-P-operatie op 20 februari 2014 een retrograde ejaculatie ontwikkeld, waarvoor P het ziekenhuis dan wel A civielrechtelijk aansprakelijk wil stellen. A heeft hem, voorafgaande van de operatie, niet geïnformeerd dat een retrograde ejaculatie een mogelijke complicatie is van de operatie en hoe groot de kans is dat deze complicatie zich voordoet. Het had A duidelijk moeten zijn dat P daar angst voor had. Als P hiervan op de hoogte was geweest, had hij wellicht geen toestemming gegeven voor de operatie en had hij in ieder geval eerst andere behandelmethoden onderzocht. Er was dus geen sprake van informed consent. Het voorgaande wordt ook bevestigd door het tuchtcollege.

Daarnaast voert P aan dat hij is getroffen in zijn zelfbeschikkingsrecht. Hij heeft geen weloverwogen keuze kunnen maken en, omdat hij daar geen rekening mee had gehouden, was de schok van de voorgevallen complicatie des te groter. P voert aan dat zijn ‘man-zijn’ hem is ontnomen. Hij beroept zich op het feit dat de informatieplicht is geschonden en dat Z dan wel A hiervoor aansprakelijk moet worden gesteld.

 

Het verweer van Z en A

Naar mijn idee voeren zowel Z als A een bijzonder verweer:

‘Retrograde ejaculatie is een veelvoorkomende complicatie bij een TUR-P-operatie. A had P hier echter niet over hoeven informeren. A was enkel op de hoogte van de angst van P voor infectie, niet was hem bekend dat P ook angst had voor deze complicatie. Bovendien is voor de meeste patiënten de mogelijkheid dat deze complicatie optreedt geen reden om van de ingreep af te zien. Zeker als zij op de leeftijd van P zijn en al meerdere kinderen verwekt hebben. Daarbij is P enkel verminderd vruchtbaar, zodat A, gelet op de klachten van P en de ernst daarvan, niet had hoeven verwachten dat P deze complicatie zou willen meewegen bij zijn besluit.’

Daarnaast voeren zij aan dat P ook in 1974 dezelfde operatie had ondervonden, zodat hij bekend had kunnen zijn met de complicaties die kunnen optreden. Voor de overige punten van het verweer, verwijs ik jullie naar rechtsoverweging 3.6 van deze uitspraak.

 

Juridisch kader informatieplicht

In artikel 7:448 lid 1 BW is opgenomen dat een hulpverlener de patiënt dient in te lichten over voorgenomen onderzoeken en voorgestelde behandelingen. In lid 2 is opgenomen dat deze verplichting reikt tot hetgeen de patiënt redelijkerwijs dient te weten ten aanzien van onder andere de te verwachten gevolgen en risico’s van het onderzoek, dan wel de behandeling, voor de gezondheid van de patiënt. Enkel mogen dergelijke inlichtingen (onder specifieke voorwaarden) achterwege blijven, op grond van artikel 7:448 lid 3 BW, indien de inlichtingen kennelijk ernstig nadeel voor de patiënt zouden opleveren.

Deze informatieplicht hangt nauw samen met de vereiste toestemming van de patiënt, die is neergelegd in artikel 7:450 BW. Beide artikelen strekken ertoe een patiënt in staat te stellen goed geïnformeerd te beslissen of hij al dan niet toestemming voor een behandeling zal geven (het zogenaamde “informed consent”).
Vindt de patiënt dat hij niet goed is ingelicht, dan dient de patiënt te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij als redelijk handelend patiënt niet zou hebben gekozen voor de behandeling als hij wel goed was geïnformeerd. Van belang hiervoor is hoe de situatie zich ontwikkeld zou hebben zonder behandeling, of redelijkerwijs een minder risicovolle behandeling voorhanden was en hoe groot het risico was.

 

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter is van oordeel dat, nu een retrograde ejaculatie na een TUR-P-operatie bij ongeveer 70% tot 80% van de mannen voorkomt, het inlichten van P over de mogelijkheid van die complicatie onder de reikwijdte van de informatieplicht valt. Immers, ongeacht de angsten die P op dat moment ervoer, was de kans op de onderhavige complicatie als gevolg van de operatie dermate aanwezig dat voorlichting hierover niet achterwege mocht blijven.

Toch werpt het bijzondere verweer van Z en A zijn vruchten af. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft P onvoldoende onderbouwd gesteld dat hij als redelijk handelende patiënt niet voor de behandeling had gekozen als hij voldoende was geïnformeerd. Dat P van de ingreep zou hebben afgezien, ligt niet voor de hand. Daarnaast neemt de kantonrechter in aanmerking dat onweersproken door Z is gesteld dat bij retrograde ejaculatie een patiënt niet geheel onvruchtbaar is en dat de overige functies van het geslachtsorgaan en de beleving bij die functies gelijk blijven en bovendien dat P ten tijde van de operatie 69 jaar was en al meerdere kinderen had verwekt.

 

Kortom, het ziekenhuis en de betrokken arts worden civielrechtelijk niet aansprakelijk gesteld voor de schade die de patiënt heeft geleden. Het niet voldoen aan de informatieplicht zal dus niet direct leiden tot aansprakelijkheid van de schade. Omdat de patiënt het causale verband niet kon aantonen, kwam het ziekenhuis hiermee weg.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *