De Gelderse zorgorganisatie De Karmel stond een aantal weken geleden in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, tegenover vier zogenoemde gezinsouders en ouders/vertegenwoordigers van licht verstandelijk gehandicapte cliënten, die na een slepend conflict weg wilden bij De Karmel. Op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) geldt de vrije zorgkeuze voor patiënten die langdurige zorg nodig hebben, maar daarnaast is in de samenwerkingsovereenkomst tussen De Karmel en de gezinshuizen een relatiebeding opgenomen. Mogen de bewoners van de gezinshuizen na dit conflict terugkeren bij de gezinsouders op grond van hun vrije zorgkeuze, of weegt het relatiebeding in deze sterker, waardoor bewoners van de gezinshuizen niet hun eigen zorg kunnen kiezen?

 

De Karmel en de gezinshuizen

De Karmel is een Wlz-erkende zorgaanbieder die wonen, dagbesteding, behandeling, persoonlijke verzorging en ambulante dienstverlening aanbiedt aan (jong) volwassenen en kinderen met een (licht) verstandelijke beperking. De Karmel heeft zogenaamde productieafspraken gemaakt met het Zorgkantoor van Menzis en met gemeenten. In die afspraken is vastgelegd hoeveel bewoners De Karmel in zorg neemt, welke zorg er dient te worden verleend en welke vergoedingen daar tegenover staan. Het ter beschikking stellen van woonruimte en de 24-uurs zorg en begeleiding besteedt De Karmel uit aan zelfstandige ondernemers, die deze diensten verlenen vanuit hun gezinshuizen. De gezinshuizen hebben ten behoeve van de exploitatie van hun onderneming met De Karmel een overeenkomst van opdracht en een huurovereenkomst gesloten. In deze samenwerkingsovereenkomst zijn diverse bepalingen opgenomen, zo ook het relatiebeding in artikel 12:

 

In het geval deze samenwerkingsovereenkomst om welke reden dan ook eindigt, is het gezinshuis verboden en zal het gezinshuis zich dus onthouden van het – direct dan wel indirect – rechtstreeks contracteren met (dan wel via het zorgkantoor over) de cliënt(en) van De Karmel, ongeacht of die zorgverlening geschiedt op basis van Zorg in Natura dan wel een PGB.

 

De bewoners van de gezinshuizen hebben met De Karmel individuele zorgovereenkomsten gesloten. De bewoners hebben geen zorgovereenkomsten met de gezinshuizen waarin zij zijn geplaatst.

 

De kwestie

Na enige tijd wilden de gezinshuizen duidelijkheid over de financiën en hebben zij de zorgen voor wat betreft de verhoudingen en werkwijzen binnen De Karmel kenbaar gemaakt. De jarenlange discussie die volgde heeft De Karmel doen besluiten de samenwerkingsovereenkomsten met de gezinshuizen op te zeggen. Kunnen de bewoners van de gezinshuizen na de opzegging van de overeenkomst ook zorg blijven ontvangen van de gezinsouders waar ze een goede band mee hebben opgebouwd?

Een scheiding van de huidige gezinsouders heeft namelijk een enorme impact op de bewoners, omdat zij al jaren in dezelfde groepssamenstelling samenwonen. In deze kwestie vorderen de gezinshuizen dan ook schorsing van het in de samenwerkingsovereenkomsten opgenomen relatiebeding, zodat de bewoners verzorgd kunnen blijven worden door de gezinsouders. De gezinshuizen voeren aan dat partijen geen directe concurrenten zijn en dat de De Karmel de gezinshuizen steeds als zelfstandige onderaannemers heeft aangemerkt. Daarbij horen enerzijds ondernemersrisico’s en investeringen, maar anderzijds dienen de gezinshuizen de mogelijkheid te hebben om ook in opdracht van andere opdrachtgevers werkzaamheden te verrichten.

De Karmel heeft hiertegen verweer gevoerd. De Karmel wil de gezinsouders aan die relatiebedingen houden, wat inhoudt dat zij binnen een straal van 50 kilometer van hun huidige werk- en woonplaats hun huidige beroep niet kunnen uitoefenen en dat ze geen cliënten van De Karmel mogen aannemen.

 

De uitspraak

De rechter dient in zijn uitspraak de belangen van De Karmel, de gezinsouders en de bewoners van de gezinshuizen af te wegen. Over de gelding van artikel 12 van de samenwerkingsovereenkomst is de rechter helder. Voorop gesteld wordt dat het in dit artikel opgenomen relatiebeding in beginsel gelding heeft, nu de gezinshuizen de betreffende samenwerkingsovereenkomsten hebben getekend en geen sprake is geweest van wilsgebreken. De conclusie die de rechter hieraan verbindt is dan ook hard:

 

Partijen hebben geen aanknopingspunten geboden voor wat er bij het aangaan van de overeenkomst ten aanzien van het relatiebeding is besproken en wat zij daaruit hebben mogen afleiden over de betekenis van dit beding. Uit de eerste bullet van artikel 12 kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat het de gezinshuizen verboden is om direct dan wel indirect een overeenkomst met de cliënten van De Karmel te sluiten.

 

Ook wordt door de rechter aangehaald dat het relatiebeding niet in een arbeidsovereenkomst is opgenomen, maar dat het in dit geval om een overeenkomst van opdracht gaat. Zoals uit mijn vorige blog blijkt, kan op grond van het arbeidsrecht geen afstand worden gedaan van het relatiebeding.

In de uitspraak wordt over het opzij zetten van het relatiebeding wel kort ingegaan, maar over de vrije zorgkeuze van de bewoners van de gezinshuizen wordt niets genoemd. Volgens de rechter is het enkele feit dat de gezinshuizen en de bewoners een zwaarwegend belang hebben bij het niet toepassen van het relatiebeding onvoldoende om het relatiebeding te schorsen. Vereist is dat het toepassen van dit beding in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dat De Karmel het relatie- en concurrentiebeding na kan leven en daarmee bewoners ervan kan weerhouden verzorgd te worden bij de gezinsouders waar ze een band mee opgebouwd hebben, is volgens de rechter niet direct onaanvaardbaar.

Ik vraag me dan ook af of er geen enkele ruimte is om de belangen van de bewoners van de gezinshuizen te behartigen en een dergelijk beding als onaanvaardbaar aan te merken. De vrije zorgkeuze lijkt mijns inziens voor licht verstandelijk gehandicapte cliënten, gezien hun kwetsbaarheid en de vertrouwde omgeving die ze hiermee kunnen kiezen, van groot belang. Een belang dat zwaarder weegt – en had moeten wegen – dan dat van het ondertekende relatiebeding.

 

Voor vragen over dit onderwerp, neem gerust contact op of laat hieronder een reactie achter.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *