Waar ligt de grens bij zorg voor asielzoekers? Dat is de belangrijke vraag die zich voordoet in de zaak rond het dove Afghaanse meisje Kalma. Kalma kwam rond haar eerste verjaardag met haar ouders en twee broers naar Nederland. Hier kwamen zij er achter dat het meisje doof is geboren. Met een implantaat zou ze kunnen horen. De operatie en nazorg kosten 65.000 euro en zouden voor een Nederlands kind onder de basisverzekering vallen.

 

Verblijfsvergunning?

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. Het gezin heeft momenteel dus geen rechtmatig verblijf in Nederland en woont in een zogeheten gezinslocatie. Voor het meisje Kalma is aan de staatssecretaris verzocht de kosten van plaatsing van een zogeheten cochleair implantaat te vergoeden zodat zij weer kan horen. De staatssecretaris heeft dit verzoek afgewezen, waartegen bezwaar is gemaakt.

Niet in geschil is dat het gezin momenteel niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het gezin verbleef voorheen in een asielzoekerscentrum, maar omdat zij en haar gezinsleden niet meer rechtmatig in Nederland verblijven, worden zij sinds enige tijd opgevangen in een zogenoemde gezinslocatie voor opvang van niet rechtmatig verblijvende vreemdelingen. De kern van het geschil is of de plaatsing van een implantaat voor het kind medisch noodzakelijke zorg is. Dit is van belang, omdat in artikel 10 van de Vreemdelingenwet het volgende is opgenomen:

Artikel 10:

1. De vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, kan geen aanspraak maken op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen bij wege van een beschikking van een bestuursorgaan. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de bij de wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen ontheffingen of vergunningen.

2. Van het eerste lid kan worden afgeweken indien de aanspraak betrekking heeft op het onderwijs, de verlening van medisch noodzakelijke zorg, de voorkoming van inbreuken op de volksgezondheid, of de rechtsbijstand aan de vreemdeling.

3. De toekenning van aanspraken geeft geen recht op rechtmatig verblijf.

Volgens de staatssecretaris is de plaatsing van een dergelijk implantaat een behandeling die een langdurige nazorg kent. Deze nazorg kan in Afghanistan niet worden geboden. Omdat het niet zeker is dat het gezin voor de duur van de behandeling in Nederland mag blijven, staat niet vast dat de gehele behandeling afgerond kan worden.

Daarnaast vindt de staatssecretaris dat geen sprake is van medisch noodzakelijke zorg in de zin van het tweede lid van artikel 10 van de Vreemdelingenwet. Bij medisch noodzakelijke zorg gaat het namelijk om gevallen waarin die behandeling niet kan worden uitgesteld of onthouden zonder het leven of de gezondheidstoestand ernstig in gevaar te brengen. In dit geval is sprake van een aangeboren handicap en niet van een ziekte of aandoening die levensbedreigend is of waardoor de gezondheidstoestand van verzoekster ernstig in gevaar wordt gebracht.

Volgens het gezin hoeft niet sprake te zijn van een levensbedreigende aandoening. Ook hebben de behandelend artsen geconcludeerd dat Kalma geschikt is voor de behandeling en dat het plaatsen van de implantaat noodzakelijk en geïndiceerd is. Verzoekster heeft niet minder recht op horen omdat zij Afghaanse is. Zolang verzoekster in Nederland verblijft, dient de Nederlandse Staat haar medisch noodzakelijke zorg te verstrekken en rekening te houden met haar bijzondere behoeften. Daarbij dient ook mee te wegen dat de kosten van het aanbrengen van een dergelijke implantaat voor Nederlandse kinderen in het basispakket zit en dus, zonder meer, vergoed worden.

 

Oordeel voorzieningenrechter

Een erg bijzondere situatie, als je het mij vraagt. De voorzieningenrechter was niet eerder bekend met rechtspraak waarin duidelijk wordt wat moet worden verstaan onder medisch noodzakelijke zorg. Maar invulling aan het begrip medisch noodzakelijke zorg is wel gegeven in artikel 122a van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Ook in artikel 122a Zvw is medische noodzakelijke zorg vaag omschreven:

 

Onder medisch noodzakelijke zorg wordt verstaan zorg of overige diensten als bedoeld in artikel 11 van deze wet  en slechts voor zover de zorgaanbieder verstrekking ervan, gezien de aard van de prestaties en de verwachte duur van het verblijf van de vreemdeling, medisch noodzakelijk acht.

 

Om te bewijzen dat het plaatsen van de implantaat voor Kalma medisch noodzakelijk is, hebben haar ouders diverse brieven van artsen en behandelaars overlegd.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de behandelaars van Kalma niet, althans niet expliciet, hebben aangegeven dat het inbrengen van de implantaat voor het meisje, gezien de aard van de prestatie en de verwachte duur van het verblijf, medisch noodzakelijk wordt geacht en het daarom is aan te merken als medisch noodzakelijke zorg. De enkele omstandigheid dat het meisje een geschikte kandidaat is voor de implantaat acht de voorzieningenrechter onvoldoende om te spreken van medisch noodzakelijke zorg.

Naar mijn idee is dit een vreemde uitspraak van de voorzieningenrechter. Een jong (buitenlands) meisje heeft de kans om een implantaat te laten plaatsen, zodat ze kan horen. Ieder ander Nederlands kind zou deze kans wel krijgen, daar deze behandeling vergoed wordt onder de basisverzekering. Waarom mag deze meid die kans niet krijgen?

 

Voor vragen over dit onderwerp, neem gerust contact op of laat hieronder een reactie achter.


Bron: ECLI:NL:RBDHA:2016:860

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *